donderdag 8 januari 2015

Wat een Amsterdammer niet kent...

Sinds mijn dochter in Amsterdam woont ga ik er af en toe een hapje eten. Zo ook op deze herfstachtige winterdag in december. We kozen een restaurant uit waar diverse oosterse lekkernijen op het menu stonden. Het restaurant bleek, zoals wel vaker het geval in hartje Amsterdam, een volgepakte pijpenla met mini-tafeltjes waar je geacht werd je menu naar binnen te proppen om zo snel mogelijk weer plaats te maken voor de volgende horde gasten. Bij de ingang stond een wachtrij, de hele avond. Het eten moest wel heel erg goed zijn, was onze conclusie. Zoveel mensen die vrijwillig plaatsnamen in deze Chinese legbatterij voor de hongerige Homo Sapiëns...dat moest wel goed eten zijn. En dat was het ook! Verrukkelijk! En dus kan zo'n toko het zich permitteren om de klanten hutje mutje op elkaar te stapelen. Naast ons (bij ons op schoot dus) zat een stel 'locals'. Man, ergens begin dertig, hip maar toch heel bewust 'zo gewoon gebleven'. Eenvoudige trui en een hippe bril die hem een vleugje nerd-achtige intelligentie meegaf. Zij, een jaar of dertig, heel erg blond, te weinig kleding voor de tijd van het jaar, op het eerste gezicht best een mooie vrouw...tot ze haar mond open deed... Lieve hemel, wat een veel te luide, lompe stem had die halfnaakte, blonde kenau zeg! Ik kreeg spontaan spijt dat we niet gekozen hadden voor een etablissement met een Michelinster en minimaal 3 meter ruimte tussen de tafels. Maar helaas, de bestelling was al opgenomen.
De ondertoon van elk woord dat onze blonde muts uitkraamde schreeuwde om heel veel aandacht. Ze wist iedere vijf minuten wel een zin te fabriceren waaruit je toch duidelijk kon opmaken dat ze in Amsterdam woonde en heus geen boerin was. En dat alleen de Amsterdammer weet wat er in de wereld te koop is, en verder niemand. Zo'n type....en daar zaten wij naast, schouder aan schouder.
De man genoot zichtbaar van de oosterse lekkernijen op de menukaart. Zijn vriendin kermde met een stem als een boerin die haar koeien opjaagt, dat ze het allemaal vreselijk vond. "Ieks, getver, blèh, ieuwwww", riep ze minstens 35 keer achter elkaar. Tussendoor speelde ze met haar mobiel. De man probeerde nog een leuk gesprek aan te knopen maar hij kreeg steevast een 'gadverdamme' over het eten of een mededeling over haar binnengekomen Facebookberichten naar zijn hoofd geslingerd. Hij bleef glimlachen en vriendelijk proberen het gesprek gaande te houden....de liefde is blind...ik ben daar na deze avond zeker van.
De jongedame bestelde spareribs, het enige op de menukaart dat nog enigszins op Hollandse pot lijkt, maar ook dat ging gepaard met een hoop 'ge-Jezus' en 'ge-jemig' en ze vond het hele gebeuren allemaal maar belachelijk. Na een klaagzang van minstens een half uur vroeg een jongedame die aan een tafeltje aan de andere kant van de blondine zat: "Had u niet beter naar de Febo kunnen gaan?". De blondine antwoordde daarop met luide stem: "Ja, dat is waar. Dit is toch niet normaal meer".
Toen het eten arriveerde liet de blondine aan de hele zaal weten dat ze geen mes had. Niemand had een mes. We kregen stokjes, een lepel en een vork. Iedereen kon zich daar prima mee redden maar onze schootgenoot kon dat niet. En dat zouden we weten ook! Opzichtig onhandig en onder luid gebrul en gemekker probeerde ze haar boterzachte spareribs in stukken te hakken. Na een kwartier klagen en mopperen wenkte haar tafelgenoot de bediening en vroeg om een mes. Ze greep mopperend het mes en begon te snijden. Na een paar seconden realiseerde ze zich dat spareribs eten met een mes toch ook niet zo handig was. Dan maar met de vingers. Ze vrat of haar leven er vanaf hing. En tussendoor maar klagen over de saus, het eten van haar tafelgenoot, het eten van de buren, het eten van de andere buren en tussendoor steeds met die ene nog schone pink de berichtjes op haar smartphone checken. Daar zaten we dan, als provinciaaltjes uit het hoge noorden, te genieten van een voortreffelijk culinair orgasme. Als deze lokale Amsterdamse hippe trien niet zo had zitten klagen hadden we ons werkelijk in het oosten gewaand. We moeten de mevrouw van de bediening maar eens vragen op welke dagen het wat rustiger is, komen we dan nog een keer terug.
En die boer, die niet vreet wat ie niet kent, die is verhuisd. Die is de provincie ontvlucht en in Amsterdam gaan wonen....vermomd als blondine in een strak hemdje met een smartphone aan de vingers!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten