donderdag 8 januari 2015

Charlie Hebdo

Onder de knop 'De schrijvende pianostemmer' publiceer ik columns over mijn belevenissen als pianostemmer. Soms vrolijk, soms verdrietig, soms boos, dat kan in een column. Althans, in onze democratische samenleving kan dat.
Ik heb nog niets negatiefs over de profeet Mohammed geschreven, dus ik ga er niet vanuit dat ze binnenkort met een mitrailleur bij mij op de stoep staan. Ook nooit iets positiefs overigens...
Hoe dan ook, ik heb weleens mensen beledigd in mijn stukjes. Zo beschreef ik een keer een fantasie. Ik fantaseerde dat ik een piano ging stemmen bij een woest aantrekkelijke mannelijke vrijgezel, die me met een zwierige elegante zwaai op de vleugel zou bonjouren om hartstochtelijk de liefde met me te bedrijven... Nou ja, dat staat er niet letterlijk in geloof ik, maar wellicht zijn er mensen geweest die zich er dat bij voorgesteld hebben...het zou kunnen...
Maar daar gaat het niet om. In datzelfde stuk, als ik ontwaak uit mijn fantasie, beschrijf ik de werkelijke pianoklant. Een man met een bierbuik, een foute broek, sandalen met sokken en een druppel aan zijn kin... 
Een collega pianostemmer (ik wed dat hij ook weleens sokken in zijn sandalen draagt) schreef me een woedende e-mail. Ik was verbaasd en legde hem uit dat het hier om een column gaat, daarin mag je een beetje schuren en prikken. Ik maakte een karikatuur van de werkelijkheid. Onschuldig, schreef ik hem terug. Hij moest het maar niet zo serieus opvatten. Het was bedoeld als een vermakelijk stukje, niet meer, niet minder. Maar mijn collega was en bleef beledigd. En omdat ik hem niet tot inkeer kon brengen was ik ook beledigd.
Dat de beste man me met een mitrailleur had kunnen komen opzoeken is nooit bij me opgekomen. Zoiets doen wij gewoon niet als we het niet met elkaar eens zijn. Daar hoefde ik niet eens over na te denken en daar dacht ik dus ook geen moment over na.
Iedereen mag vinden wat ie vindt. Hij ook. Dus na zijn boze mail heb ik evenmin mijn mitrailleur ter hand genomen om hem met kogels te doorzeven. Respect voor elkaars mening.
Destijds vond ik dat vanzelfsprekend. Inmiddels, na de aanslag op Charlie Hebdo, realiseer ik me hoe fijn het eigenlijk is dat wij in onze samenleving kunnen schrijven wat we willen. En hoe prachtig het is dat ik geboren ben in een land waar het vanzelfsprekend is dat je elkaar niet overhoop knalt na een belediging. 
De collega pianostemmer schreef me overigens later nog eens, naar aanleiding van een andere column, dat hij dàt stuk wèl erg mooi vond. Ik was nog steeds beledigd en reageerde niet. Ik dacht 'bekijk het maar'. Ik denk dat ik binnenkort 's een kop thee met 'm ga drinken om te zeggen dat ik zijn mening respecteer en misschien geef ik 'm ook wel een knuffel. Omdat ie net als ik een beschaafde democraat is die me niet overhoop heeft geschoten. En ik zeg dan dat ik voortaan minder beledigd op kritiek zal reageren. Omdat we samen Charlie zijn. 

Wat een Amsterdammer niet kent...

Sinds mijn dochter in Amsterdam woont ga ik er af en toe een hapje eten. Zo ook op deze herfstachtige winterdag in december. We kozen een restaurant uit waar diverse oosterse lekkernijen op het menu stonden. Het restaurant bleek, zoals wel vaker het geval in hartje Amsterdam, een volgepakte pijpenla met mini-tafeltjes waar je geacht werd je menu naar binnen te proppen om zo snel mogelijk weer plaats te maken voor de volgende horde gasten. Bij de ingang stond een wachtrij, de hele avond. Het eten moest wel heel erg goed zijn, was onze conclusie. Zoveel mensen die vrijwillig plaatsnamen in deze Chinese legbatterij voor de hongerige Homo Sapiëns...dat moest wel goed eten zijn. En dat was het ook! Verrukkelijk! En dus kan zo'n toko het zich permitteren om de klanten hutje mutje op elkaar te stapelen. Naast ons (bij ons op schoot dus) zat een stel 'locals'. Man, ergens begin dertig, hip maar toch heel bewust 'zo gewoon gebleven'. Eenvoudige trui en een hippe bril die hem een vleugje nerd-achtige intelligentie meegaf. Zij, een jaar of dertig, heel erg blond, te weinig kleding voor de tijd van het jaar, op het eerste gezicht best een mooie vrouw...tot ze haar mond open deed... Lieve hemel, wat een veel te luide, lompe stem had die halfnaakte, blonde kenau zeg! Ik kreeg spontaan spijt dat we niet gekozen hadden voor een etablissement met een Michelinster en minimaal 3 meter ruimte tussen de tafels. Maar helaas, de bestelling was al opgenomen.
De ondertoon van elk woord dat onze blonde muts uitkraamde schreeuwde om heel veel aandacht. Ze wist iedere vijf minuten wel een zin te fabriceren waaruit je toch duidelijk kon opmaken dat ze in Amsterdam woonde en heus geen boerin was. En dat alleen de Amsterdammer weet wat er in de wereld te koop is, en verder niemand. Zo'n type....en daar zaten wij naast, schouder aan schouder.
De man genoot zichtbaar van de oosterse lekkernijen op de menukaart. Zijn vriendin kermde met een stem als een boerin die haar koeien opjaagt, dat ze het allemaal vreselijk vond. "Ieks, getver, blèh, ieuwwww", riep ze minstens 35 keer achter elkaar. Tussendoor speelde ze met haar mobiel. De man probeerde nog een leuk gesprek aan te knopen maar hij kreeg steevast een 'gadverdamme' over het eten of een mededeling over haar binnengekomen Facebookberichten naar zijn hoofd geslingerd. Hij bleef glimlachen en vriendelijk proberen het gesprek gaande te houden....de liefde is blind...ik ben daar na deze avond zeker van.
De jongedame bestelde spareribs, het enige op de menukaart dat nog enigszins op Hollandse pot lijkt, maar ook dat ging gepaard met een hoop 'ge-Jezus' en 'ge-jemig' en ze vond het hele gebeuren allemaal maar belachelijk. Na een klaagzang van minstens een half uur vroeg een jongedame die aan een tafeltje aan de andere kant van de blondine zat: "Had u niet beter naar de Febo kunnen gaan?". De blondine antwoordde daarop met luide stem: "Ja, dat is waar. Dit is toch niet normaal meer".
Toen het eten arriveerde liet de blondine aan de hele zaal weten dat ze geen mes had. Niemand had een mes. We kregen stokjes, een lepel en een vork. Iedereen kon zich daar prima mee redden maar onze schootgenoot kon dat niet. En dat zouden we weten ook! Opzichtig onhandig en onder luid gebrul en gemekker probeerde ze haar boterzachte spareribs in stukken te hakken. Na een kwartier klagen en mopperen wenkte haar tafelgenoot de bediening en vroeg om een mes. Ze greep mopperend het mes en begon te snijden. Na een paar seconden realiseerde ze zich dat spareribs eten met een mes toch ook niet zo handig was. Dan maar met de vingers. Ze vrat of haar leven er vanaf hing. En tussendoor maar klagen over de saus, het eten van haar tafelgenoot, het eten van de buren, het eten van de andere buren en tussendoor steeds met die ene nog schone pink de berichtjes op haar smartphone checken. Daar zaten we dan, als provinciaaltjes uit het hoge noorden, te genieten van een voortreffelijk culinair orgasme. Als deze lokale Amsterdamse hippe trien niet zo had zitten klagen hadden we ons werkelijk in het oosten gewaand. We moeten de mevrouw van de bediening maar eens vragen op welke dagen het wat rustiger is, komen we dan nog een keer terug.
En die boer, die niet vreet wat ie niet kent, die is verhuisd. Die is de provincie ontvlucht en in Amsterdam gaan wonen....vermomd als blondine in een strak hemdje met een smartphone aan de vingers!

Lief

Met aan autisme grenzende precisie, sorteert hij de vakantiefoto's. Zijn trouwe blauwe ogen staren als een geconcentreerd kind naar het scherm. Als hij zo kijkt zie ik het kind dat hij vroeger is geweest. Zijn mond staat een klein beetje open, dat geeft hem die onschuldige blik. Hij weet niet dat ik hem observeer, zit volledig in zijn eigen wereld. Zijn hand ligt op de muis, hij beweegt de muis met precisie en klikt in een constant tempo. Alleen bewegen als het nodig is, niets teveel, doelgericht, in een rotsvast ritme; foto bekijken, mapje kiezen, foto erin, naam geven, nummer toewijzen, opslaan, klik, volgende foto. Tweehonderdzeventien keer, zonder pauze, zonder omkijken, zonder hapering. De zon schijnt op zijn borstelige bos haar, het kleurt goud met hier een daar een plukje zilver. De rode bril op zijn neus accentueert de concentratie. Zijn hoofd beweegt, net als zijn hand, nauwelijks. Ogen schieten heen en weer over het scherm. Ook daar hetzelfde ritme. Als je lang kijkt lijkt het haast een muziekstuk. Ik zou er een melodie bij kunnen componeren. Een langzame mars. Zo is hij. Geordend, regelmatig, voorspelbaar, betrouwbaar, doelgericht. Zo anders dan ik. Ik ervaar rust als ik bij hem ben.
Heel soms krabt hij tussendoor even aan zijn gezicht. Precies zo getimed dat het ritme niet onderbroken wordt. Zijn blik blijft op het scherm gericht en de concentratie verandert niet. Dan sta ik op en loop naar hem toe. Ik geef hem een zoen. Verbaasd, nee verschrikt, kijkt hij op. Even is hij in de war en opeens ziet hij er verloren uit. Zijn ritme is verstoord. Onthand kijkt hij me aan, wanhoop zie ik in zijn ogen. Een fractie duurt deze gespannen vertwijfeling, dan zakken zijn schouders naar beneden en verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht. Een diepe zucht. Opgelucht. Het is goed. Hij kust me. Mijn lief!